Toelichting op de muziek bij Binnen de Poorten

KunstKlank - Home
Muziek bij Binnen de Poorten
Toespraak Premier Balkenende (Yad Vashem)

MUZIEKKEUZE

Het zal duidelijk zijn dat het een vrijwel onmogelijke opgave is om datgene wat nauwelijks beschreven kan worden ook nog eens ten tonele te voeren. Zowel de auteur van het boek Binnen de Poorten, Jules Schelvis, als regisseur Gerard Evers beschouwden muziek als één van de middelen waarmee het onzegbare of onspeelbare uitgedrukt zou kunnen worden.

Zoekend naar passende muziek werd het gaandeweg duidelijk dat deze niet anders dan van joodse oorsprong kon zijn. Deze keuze drukt de toeschouwer met de neus op de feiten: het gaat hier niet om het verhaal van één enkel individu. De hoofdpersoon vertegenwoordigt, of hij het wil of niet, of hij zich joods voelt of niet, een groep. Een groep die door de tijden heen steeds weer is opgejaagd, vervolgd, verstrooid, en met uitroeiing bedreigd. In zekere zin is dit onbegrijpelijk: door de geschiedenis heen hebben de over de gehele wereld verspreide joodse gemeenschappen zulke grote maatschappelijke en culturele bijdragen geleverd dat bewondering en respect meer op zijn plaats zou zijn dan afgunst en vervolging.

En steeds was er muziek, in tijden van voorspoed, danwel in tijden van rampspoed. Steeds was er muziek: plechtige religieuze muziek, liederen met een droeve klacht, liederen die het gewone leven uitdrukken, en feestmuziek. Muziek onder alle denkbare omstandigheden. Zo wordt ook nu de vertelling mede gedragen door een steeds aanwezige groep van muzikanten. Als gebruikelijk speelt een kapelye van klezmorim op de bruiloft in het begin van het toneelstuk. En de muzikanten blijven tot het einde de verteller vergezellen op zijn barre tocht.

De gekozen muziek is merendeels afkomstig van het Chassidische jodendom, waartoe ook de in Sobibor omgekomen echtgenote van Jules Schelvis, Chel Borzykowski, behoorde. Het Chassidisme is een levensblije plebeïsch-religieuze beweging uit Oost-Europa. Grondlegger was Israël ben Eliëzer, die van de Chassidim de eretitel Baäl Sjem Tov (Meester van de Goede Naam) kreeg, afgekort als BeSJT. De in het westen meest bekende vertegenwoordiger van deze stroming is de theoloog Martin Buber, die naast vakliteratuur ook Chassidische verhalen publiceerde.

Het Chassidisme benadrukt de alomtegenwoordigheid van G^d, de voortdurende wisselwerking tussen G^d en de wereld, en het belang om G^d met het hart te dienen om zo de tijdelijke wereld met de g^ddelijke harmonie te verenigen en de komst van de Messias te bespoedigen. De Chassidim kennen zeer veel waarde toe aan muziek en dans (naast de voor alle joodse stromingen zeer belangrijke studie van Tora en Talmoed). "Onreinheid kent geen lied, omdat zij geen vreugde kent". "Door het lied kunnen rampen worden afgewend". "Muziek ontstaat uit profetische geesteskracht en heeft de macht iemand tot heilige inspiratie op te heffen".

Hierna volgt een toelichting op de muziek die de vertelling ondersteunt en illustreert. Alle teksten zijn opgenomen, ook van de instrumentaal uitgevoerde liederen. Tenslotte zijn er een klein compendium van woorden en uitdrukkingen en een bibliografie.

C.A.S.


1. SHIROH L'ADOYSHEM

Geen tekst; melodie: Alexander Olshanetsky; arrangement: Kees Swenne; uitvoering: ensemble.

Dit liturgisch getinte lied werd geschreven voor de Joodse Theater show "Shabtse Tsvi" (1941). Het Joodse Theater, theater dóór joden vóór joden, ontstaan rond 1875 in Jassy in Roemenië, later in de goldene medine in New York, was zeer populair onder de joodse bevolking. Men kon er zijn eigen cultuur beleven in de vorm van shows die afwisslend licht en serieus van toon waren. Naast de verschijning van boeken in het Jiddisch was deze theatervorm, waarin louter Jiddisch werd gesproken, een uitdrukking van het streven om het Jiddisch uit de sfeer van een taaltje van de straat te halen, en het te verheffen tot een volwaardige taal met literatuur en drama.


2. A DOEDELE (EEN JIJ-LIED)

Tekst en melodie: Rabbi Levi Jitchak van Berditschew; uitvoering: basklarinet.

De maker van het lied was een tsaddik uit de Chassidische traditie. De tsaddik staat in direct verband met de hemelse bron van muziek: "In de hogere sferen zijn tempels die alleen door een lied kunnen worden geopend". Hoe dichter de ziel bij G^d vertoeft, hoe meer het lied ontdaan wordt van woorden, waardoor dan de nigoen ontstaat. Zo bevat de tekst van "A Doedele", naast enkele korte zinnetjes waarin de Chassidische visie naar voren komt, verder niet meer dan vele malen "Doe, Doe, Doe ... (Jij, Jij, Jij ...)". Deze tekst, waarin G^d zeer vertrouwelijk met "Jij" wordt aangesproken, maar waaruit tevens een uitzonderlijk groot respect spreekt, is gemengd Hebreeuws en Jiddisch, wat het lied ook voor vrouwen toegankelijk maakte (de vrouwen leerden geen Hebreeuws, hun gebedenboek was in het Jiddisch).

Heer der wereld!
Ik wil voor Jou een Jij-lied zingen!
Jij, Jij, Jij, Jij, Jij!
Waar kan ik Je wel vinden,
En waar kan ik Je niet vinden?
Waar ik ben, Jij!
Waar ik sta, Jij!
Overal, altijd weer, Jij!
Gaat het een mens goed, Jij!
En, helaas, slecht, Jij, aj, Jij!
Oost en west, Jij.
Noord en zuid, Jij.
Hemel, Jij, aarde, Jij.
Boven, Jij, beneden, Jij.
Waar ik me keer of wend, Jij!


3. EREV SHEL SHOSHANIM (EEN ROZENAVOND)

Tekst: Moshe Dor; melodie: Yosef Hadar; uitvoering: a capella.

De ballade bezingt de liefde tussen rozen in de avondschaduw.

Een avond van rozen
Laten we naar buiten gaan, naar de kruidentuin
Mirre, specerijen, en wierook
Zijn als een tapijt voor je voeten

Langzaamaan wordt het nachtelijk duister
De rozenwind waait
Kom, ik zal zachtjes een lied voor je fluisteren
Een liefdeslied

De dag breekt aan; het duifje koert
Dauwdruppels liggen overal op je haar
Je mond is als een roos in de morgen
Ik zal de roos voor mijzelf plukken

Langzaamaan ...


4. BROYGES TANTZ (DANS VAN WOEDE EN VERZOENING)

Geen tekst; melodie: naar een plaatopname uit 1921 van Harry Kandel's Orchestra; arrangement: Kees Swenne; uitvoering: ensemble.

Oorspronkelijk was dit een rituele dans van de moeders van bruid en bruidegom, bedoeld om onenigheid uit te drijven en de betrokken families harmonieus te verenigen. In de huidige Chassidische traditie beeldt de dans een gevecht tussen twee Chassidim uit, waarin per ongeluk een dode valt die gelukkig uiteindelijk weer tot leven komt.


5. JOSJKE FORT AWEK (JOSJKE GAAT WEG)

Tekst en melodie: anoniem; arrangement: Kees Swenne; uitvoering: zang plus ensemble.

Onder Tsaar Nicolaas I werd er een 25-jarige dienstplicht voor de Oost-Europese joden ingevoerd. Begrijpelijkerwijs werd alles gedaan om de dienst te ontlopen. Zo werden de jongens door kinderhuwlijken tot kostwinner gemaakt (dit gebruik veroorzaakte een enorme bevolkingsaanwas). Het lied "Josjke fort awek" drukt de angst van een jonge bruid uit om alleen achter te blijven als haar geliefde in dienst moet.

Koop maar niets moois voor mij
Ik hoef niet mooi te zijn
Koop voor jezelf maar een paar laarzen
Jij moet toch in dienst gaan
Oj, oj, oj, oj, Josjke gaat weg
Nog een uur en de trein rijdt weg
Blijf gezond, mijn lieve bruid
Ik zal naar jou meer verlangen dan naar alle anderen
Oj, oj, oj, oj, ...
Daar is de trein al en de schrik krijgt mij te pakken
Laten we elkaar zegenen
Oj, oj, oj, oj, ...
Klaag maar niet en huil maar niet
Alles is toch waardeloos
Ik zal bij de Russen de mooiste in het regiment zijn
Oj, oj, oj, oj, ...
Buiten is het hondeweer, buiten sneeuwt het
Oj, mamele, mijn hoofdje doet zo'n pijn
Oj, oj, oj, oj, ...


6. MAYN SHTETL YAS (MIJN STADJE YAS)

Geen tekst; melodie: Max Kletter; arrangement: Peter Sokolov; uitvoering: ensemble.

Het arrangement van deze freylakh is een transcriptie van een sessie met bekende klezmorim. Waarschijnlijk is "Yas" de Roemeense stad Jassy, waar het Joodse Theater ontstond (zie de toelichting bij muziekstuk 1).


7. RABOJSSAJ (JULLIE, WIJZEN)

Tekst en melodie: anoniem; uitvoering: violoncello.

Dit lied, een uiting van zelfspot, illustreert de verbazingwekkende naïveteit van de arme, eenvoudige jood, die aan degenen die "het weten kunnen" vraagt hoe de keizer thee drinkt, aardappelen eet, en slaapt. De antwoorden op deze simpele vragen zijn uiteraard belachelijk. Maar tegelijkertijd komen de antwoorden tegemoet aan de wensdroom van de arme jood om thee met veel suiker te kunnen drinken, aardappelen met veel boter te kunnen eten, en in een zacht verenbed te kunnen slapen.

- Jullie, wijzen die nooit falen,
Ik wil jullie iets vragen.
- Vraag maar op!
- Geef mij allen antwoord op mijn vraag:
Hoe drinkt de keizer toch thee?
- Thee, de keizer?
Men neemt een hoedje suiker,
Maakt daar een gat in
En giet er heet water op,
En de keizer likt en likt en likt.
Zo drinkt de keizer thee!

- ... Ik wil jullie iets vragen.
- Vraag maar op!
- ... Hoe eet de keizer toch aardappelen?
- ... Men zet hem achter een wand van boter,
Steekt de knollen erin,
En een soldaat met een geweer
Schiet met een hete aardappel door de boter
Zo in de mond van de keizer.
Zo eet de keizer aardappelen!

- ... Ik wil jullie iets vragen.
- Vraag maar op!
- ... Hoe slaapt de keizer 's nachts?
- ... Men neemt een bak vol veren
En slingert de keizer erin.
En een regiment soldaten staat de hele nacht
Te roepen: Ssst, stil, de keizer slaapt!
Zo slaapt de keizer 's nachts!


8. S'BRENT (HET BRANDT)

Tekst en melodie: Mordechaj Gebirtig; pianobegeleiding naar een idee van Peter Berman; uitvoering: zang plus piano.

Mordechaj Gebirtig (Krakau, 4 april 1877 - 4 juni 1942) was een jiddische volkskunstenaar. Met arme ouders moest hij al op zijn tiende een vak gaan leren: meubelmaker. Hij woonde met zijn gezin in een kamer en een keuken, en knapte oude meubels op in een donkere kelder. Daar schreef hij ook zijn liedjes (meer dan honderd) en zong ze voor familie en vrienden. Het waren tere, intieme liedjes over arme mensen als hijzelf, over verliefde mensen, kinderen en oude mensen, over het joodse leven, heimwee naar vroeger, verlangen naar een nieuwe wereld. Rondtrekkende jiddische artiesten maakten zijn werk wijd en zijd bekend. De dirigent-componist Julius Hofman, later vermoord in Auschwitz, noteerde de melodieën in notenschrift (Gebirtig beheerste het muziekschrift niet, en speelde zijn melodieën op een simpel fluitje voor).


M. Gebirtig

Toen de joden in Krakau in het getto werden opgesloten boden Amerikaanse vrienden Gebirtig nog aan om naar Amerika te komen. Hij zei: "Een oude boom moet men niet verplanten, laat een jongere in mijn plaats gaan. Ik wil sterven waar mijn voorouders zijn gestorven". Gebirtig was een zeer zachtaardig man, die tot het laatst geloofde in een wereld die "als een duif de tijding van vrede zou brengen". Op zijn gezicht lag immer een kleine glimlach. Deze glimlach versnelde zijn einde: toen hij op transport gesteld zou worden naar een concentratiekamp dacht een Duitse soldaat dat Gebirtig hem uitlachte, en schoot hem dood.

Het lied "S'brent", een visioen van verschrikking, werd door Gebirtig in 1938 geschreven naar aanleiding van een progrom in de stad Przytyk. "S'brent", en het partizanenlied "Zog nit kejnmol (Zeg nooit)" - tekst en muziek van Hirsch Glick en Dmitri Pokras - werden samen dè liederen van de joodse verzetsstrijders.

't Brandt, broeders, 't brandt!
Oj, ons arme stadje, wat een treurnis, brandt!
Boze razende winden
Rukken uiteen, breken, en wakkeren
De vlammen nog sterker aan.
Alles rondom staat al in brand!

En jullie staan maar
Met werkeloze handen toe te kijken.
Jullie staan en kijken maar
Terwijl ons stadje brandt!

't Brandt, broeders, 't brandt!
Oj, ons arme stadje, wat een treurnis, brandt!
De vuurtongen hebben
Het hele stadje al ingesloten
En de boze winden woeden,
Het hele stadje brandt!

En jullie staan maar ...

't Brandt, broeders, 't brandt!
Oj, er kan, wat G^d verhoede, een moment komen
Dat deze stad mèt ons
door de vlammen in as wordt gelegd,
En dat er, als na een slag, alleen
kale zwartgeblakerde muren over zullen blijven.

En jullie staan maar ...

't Brandt, broeders, 't brandt!
En alleen jullie kunnen helpen.
Als het stadje jullie dierbaar is
Neem dan gereedschap, doof het vuur,
Blus het met je eigen bloed,
Laat zien dat je dat kan!

Broeders, blijf niet
Met werkeloze handen terzijde staan,
Broeders, blijf niet staan maar blus het vuur,
Want ons stadje brandt!


9. DOS PASTUCHL (DE HERDER)

Tekst en melodie: anoniem; uitvoering: basklarinet.

Deze droevige ballade vertelt het verhaal van de herder die zoekt naar zijn verloren schaap, iets denkt te zien, en vraagt: "Heb je niets gezien of gehoord van het schaapje?" Het antwoord is: "Nee". "Geen erbarmen! Waar moet ik zoeken?"

Er was eens een herder
Die zijn enigst schaapje kwijtraakte.
Loopt hij, ziet hij een stel stenen,
Denkt: Oj, dat zijn de pootjes van het schaap!

Vraagt hij hem: Heer, heer, heer!
Heb je niets gezien
Of gehoord
Van het schaapje?
Antwoordt hij hem: Nee.
Arme ik!
Geen erbarmen!
Oj, waar is mijn schaapje,
Waar moet ik zoeken?

Gaat hij verder, ziet hij een stel doornstruiken,
Denkt: Oj, dat zijn de hoorntjes van het schaap!
Gaat hij verder, ziet hij een stel noten,
Denkt: Oj, dat zijn de voetjes van het schaap!

Vraagt hij hem: ...


10. A CHAZN OJF SJABBES (EEN VOORZANGER OP SJABBES)

Tekst en melodie: anoniem; uitvoering: basklarinet.

Deze Chassidische melodie is in de stijl van de voorzanger in de synagoge. Het handelt ook over een chazzen, die in een onbeduidend stadje op Sjabbes komt zingen. Hij zong zo mooi dat iedereen er zijn eigen beroep in herkende. Volgens de Chassidische opvatting kan een lied meer zielen hebben. De meest voor de hand liggende ziel van dit lied is de tekst: een schijnbaar onbetekend verhaaltje. De tweede, diepere betekenis wordt door de melodie zelf gegeven: troostende schoonheid.

In een klein stadje is een voorzanger gekomen
Om op Sjabbes te zingen.
De drie notabelen van het stadje
Zijn naar hem komen luisteren.
De eerste was een kleermakertje,
De tweede een smidje,
En de derde een voerman.

Roept het kleermakertje uit:
Oj, oj, wat heeft hij gezongen!
Of je met de naald in de stof steekt,
En strijkt met het strijkijzer.
Oj, wat een voorzanger is dat,
Wat heeft hij gezongen!

Roept het smidje uit:
Oj, oj, wat heeft hij gezongen!
Of je een klap met de hamer geeft,
En met de tang knijpt.
Oj, wat een voorzanger is dat,
Wat heeft hij gezongen!

Roept de voerman uit:
Oj, oj, wat heeft hij gezongen!
Of je een ruk aan de leidsels geeft,
En een knal met de zweep geeft, wjoe!
Oj, wat een voorzanger is dat,
Wat heeft hij gezongen!


11. MINUTN FUN BITOKHN (OGENBLIKKEN VAN HOOP)

Tekst en melodie: Mordechaj Gebirtig; uitvoering: a capella.

Gebirtig (een korte levensbeschrijving werd hierboven gegeven) schreef dit lied in oktober 1940. Het lied roept op tot hoop en geduld, om zo het lijden te dragen, en voorspelt dat het met de beulen slecht af zal lopen.

Joden, wees vrolijk,
't Zal niet lang meer duren, hoop ik,
De oorlog is spoedig afgelopen,
Hun einde is nabij.
Wees vrolijk! Maak je geen zorgen,
En loop niet zo teneergeslagen rond.
Heb geduld en hoop
En neem alles voor lief.

Alleen geduld, hoop
En laat aan je hand niet
Het wapen ontglippen
Dat ons tezamen bindt.
Maak maar plezier, dans, beulen!
Maar niet meer voor lang, hoop ik.
Er was eens een Haman en
Met hem liep het slecht af.

Maak maar plezier, dans, beulen!
Een jood kan lijden!
Zelfs de zwaarste arbeid
Zal ons niet kunnen afmatten.
Vegen? Goed wij vegen!
Maar zolang jullie hier zijn
Is vegen zinloos,
Want 't zal hier nooit schoon worden.

Wassen? Goed, wij wassen.
Maar Kaïns rode teken,
Abels hartbloed,
Dat was je niet weg ...
Verdrijf ons uit onze huizen,
Snij onze baarden af!
Joden! Je moet vrolijk zijn...
Naar de hel met hen!


12. KADISH (LIED VOOR DE DODEN)

Tekst: Z. Segalovitch; melodie: Ben Yomen; arrangement: Kees Swenne; uitvoering: ensemble.

Het kadiesj wordt in gebedsdiensten uitgesproken door de voorganger, en tevens door de rouwdragenden na het overlijden van een naaste bloedverwant, en op de jaartijd van de sterfdag. Het hier uitgevoerde kadiesj heeft twee coupletten die de gebedstekst inleiden: de laatste regel van ieder couplet bevat de eerste woorden van het eigenlijke kadiesj gebed. De tekst is van een Pools-joodse dichter die de oorlog overleefde en later in Israel en Amerika woonde.

Voor het herdenken van de slachtoffers van de holocaust is een speciale joodse gedenkdag ingevoerd: Jom Ha-Sjo'a. In 2005 valt deze dag op 6 mei. Ook is er een herdenkings passage opgenomen in de tekst die bij de paasmaaltijden thuis worden gebruikt: "Op deze sederavond gedenken we liefderijk de miljoenen van ons eigen volk en hen van alle nationaliteiten en geloven die nog maar kortgeleden meedogenlogenloos werden verpletterd door een tiran die verdorvener was dan de farao die onze voorouders in Egypte tot slaven maakte. Zij vernietigden de onschuldigen en reinen - mannen, vrouwen, kinderen - in kamers met vuur, in fabrieken des doods. We denken vanavond aan hen. We mogen hen niet vergeten." In Nederland vindt jaarlijks een herdenkingsbijeenkomst plaats in de voormalige Hollandse Schouwburg te Amsterdam, de verzamelplaats vanwaar vele joodse slachtoffers naar concentratiekampen werden gevoerd.

Velen zijn niet langer hier
Geheiligd zij het uur
We bewenen hen zeer
- Laat de grootheid en heiligheid van Zijn grote Naam ...

Ons is niets gebleven dan
vergeefse tranen om
de doden en de as
- Laat ...


13. A LID FUN SCHOLEM (EEN LIED VAN VREDE)

Tekst: I. Koplier; melodie: H. Kon; arrangement: Kees Swenne; uitvoering: zang plus ensemble.

Dit lied onstond in een getto gedurende de fascistische volkerenmoord. Het drukt de wens uit om vrede te stichten door middel van een lied wat vreugde opwekt, en geen woede. "Speelman, speel, je weet toch wat ik bedoel en wat ik wil".

Zing nog eens een Jiddisch lied voor me
Dat vreugde opwekt, en geen woede
Zodat alle mensen, groot en klein, het wel moeten begrijpen
En het lied moet van mond tot mond gaan

Een lied zonder zuchten en zonder treuren
En speel het zo dat ze allemaal wel moeten luisteren
Want ze moeten allemaal zien dat ik leef
En nog mooier en beter dan ooit kan zingen

Speel, speel, speel, muzikant
Je weet toch wat ik bedoel en wat ik wil
Speel, speel een lied voor me
Speel een nigoen, met hart en ziel

Speel een lied voor me omwille van de vrede
Want er moet toch vrede zijn, en geen ellende
Zodat alle volkeren, groot en klein, elkaar begrijpen
En elkaar zonder oorlog en vijandschap tegemoettreden

Laten we dit lied samen zingen
Als goede vrienden, als kinderen van één moeder
Dat is mijn enig verlangen; het moet frank en vrij klinken
Iedereen zingt het, en ik zing het

Speel, speel, ...


COMPENDIUM

Bulgar: traditionele Oost-Europese dans met als karakteristiek accenten op de eerste, vierde, en zevende tel (gedacht vanuit een achtdelige maat).

Chassidim: letterlijk "vromen", aanhangers van het Chassidisme, een in het midden der 18de eeuw ontstane beweging in het Oosteuropese jodendom.

Chazzen of chazzan: voorzanger (cantor) in de synagoge.

Freylakh: snelle bulgar.

Goldene medine: het gouden land, een uitdrukking waarmee Russische en Poolse joden ten dele serieus, ten dele spottend, Amerika aanduidden.

Jom Ha-Sjo'a: gedenkdag van de holocaust

Kadiesj: letterlijk "heilig"; een Aramees gebed dat de heiligheid van G^d verkondigt en de hoop op verlossing.

Kapelye: een muziekgroep.

Klezmorim: muzikanten. Het enkelvoud, "klezmer" (muzikant), is afkomstig van het Hebreeuwse "kley zemer", wat "vaartuig van het lied" (muziekinstrument) betekent.

Nigoen: woordenloos lied uit de Chassidische traditie.

Sjabbes, sjabbat, of sabbat: de zevende dag van de week (van het vallen der avond op vrijdag tot het vallen der avond op zaterdag).

Tsaddik: Chassidische rabbi, "rechtvaardige", wonderrebbe.


BOEKEN EN CD'S

Beckerman, Sid, Howie Lees, Pete Sokolow, Ken Gross, Tommy Abruzzo, Si Salzburg, en Henry Sapoznik: Klezmer Plus! CD FF70488. Flying Fish Records, Inc., Chicago, 1991

Gold, Ben-Zion: The Harvard Hillel Sabbath Songbook. ISBN 0-87923-900-X (hardcover), 0-87923-940-9 (softcover). David R. Godine, Publisher, Inc., Boston, 1992

Goudeket, H., M. Samson, en A. Soetendorp (redaktie): Woordelijst van het Jodendom. Callenbach, Nijkerk, 1988

Jaldati, Lin, Eberhard Rebling, en Heinz Kahlau: Es brennt, Brüder, es brennt - Jiddische Lieder. Lizenznummer 220.415/21/85, Bestellnummer 618 358 6 (01580). Rütten & Loening, Berlin, 1985

Janda, Elsbeth, Max M. Sprecher, en Liesbeth van Weezel: Liederen uit het ghetto - Vijftig liederen in het Jiddish en Nederlands met muzieknoten. Voorwoord door Fritz Nötzoldt. N.V. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1964

Kolatch, Alfred J.: The concise family seder. Jonathan David Publishers, Inc., New York, 1987

Milner, Chanah, en Moshe Bernstein (illustraties): Het Jiddische hart zingt. Servire, Den Haag, 1960

Milner, Chanah, Nico Ter Linden, Peter Berman, en Moshe Bernstein (illustraties): Mordechaj Gebirtig - Het brandt. De Walburg Pers, Zutphen, 1970

Mlotek, Eleanor, en Malke Gottlieb: We are here - Songs of the Holocaust. Voorwoord door Elie Wiesel. Vertalingen van de liedteksten door Roslyn Bresnick-Perry. Educational Department of the Workmen's Cycle, New York, 1983

Pearl, Chaim, en Reuben S. Brooks (vertaling Henriëtte Boas en Ya'akov Colthof): Wegwijs in het Jodendom. Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, Amsterdam, 1989

Rubin, Ruth: Yiddish songs of the Holocaust - A Lecture / Recital. CD 150. Global Village Music, New York, 1993

Sapoznik, Henry, en Pete Sokolow: The compleat Klezmer. ISBN 0-933676-10-7. Tara Publications, New York, 1987 (tweede druk: 1988)

Sapoznik, Henry, Shulamis Dion, en Peter Sokolow: Klezmer Plus! ISBN 0-933676-28-X. Tara Publications, New York, 1991

Warembud, Norman H., en Zalmen Mlotek: Great Songs of the Yiddish Theater. Voorwoord door Molly Picon. ISBN 0-8129-0574-1. J. & J. Kammen Music Co., New York, 1975